over de band
Grondleggers van de band zijn Sonny Rering en Wessel Keizer, die elkaar kennen van de zanglessen van Angela van Rijthoven. In eerste instantie spelen zij samen en zingen vooral covers, met name  van de Everly Brothers. Na enige tijd pionieren willen Sonny en Wessel wat meer oorspronkelijkheid in hun muziek en starten zij met het schrijven en componeren van eigen liedjes. Muzikaal gezien laten zij zich door de muziekstijl “Americana” inspireren. De teksten van Sonny en Wessel zijn vooral “uit het leven gegrepen”.

Met Henk Schiering, toetsenist en Emile Wagenaar, basgitarist vormen zij de The Songfactory. In 2019 kwam Yvonne Simjouw de band versterken met haar cajon.

Inmiddels heeft de band haar eerste CD met uitsluitend eigen muziek en composities uitgebracht: “Music from the Heart” .

de bandleden

Naast fotografie is muziek Wessels grote passie. Als klein jongetje luisterde hij al stiekem naar Radio Luxemburg en zong hij (fonetisch) de songteksten mee. Hij heeft een brede muzikale belangstelling: van Beatles tot Van Morrison, van Byrds tot Beach Boys, van Aznavour tot ZZ Top, van Johnny Cash en Bonnie Raitt tot Paul Weller. Ook behoren Franse chansons, jaren 60 en 70 Soul en De Dijk tot zijn favorieten. Stel hem een vraag over popmuziek en hij weet (bijna altijd) het antwoord…
Pas op latere leeftijd begint Wessel zelf actief muziek te maken en voor hem was het logisch om te gaan zingen. Hij richt de gemeenteband Civil Service op en vervolgens samen met Sonny The Songfactory. Later ook succesvol tekstschrijver van Engels-, Frans- en Nederlandstalige liedjes; liedjes die het grootste deel van het repertoire van The Songfactory vormen.

Sonny

Op 8 jarige leeftijd begon het muzikale leven van deze muzikant al. Vastbesloten om zichzelf gitaar te leren spelen begon tegelijkertijd ook het vocaal gedeelte zijn intrede te doen. Hij gebruikte zijn muzikale talenten in eerste instantie graag voor het spelen in de plaatselijke kerk (en dat gebeurt nog steeds). Vanaf die tijd is Sonny steevast zanger/gitarist bij welk muzikaal gezelschap hij ook zijn muzikaal ei kwijt mocht en kon. Deze lange muzikale reis bracht hem na diverse bands en akoestische gezelschappen uiteindelijk in 2006 bij Wessel Keizer. Samen besloten ze om verder te gaan eerst als duo maar uiteindelijk mondde zich dat uit in het formeren van The Songfactory waardoor de samenwerking inmiddels al 14 jaar voortduurt. Naast de huidige formatie treedt de muzikant ook regelmatig op in het solo circuit.

In zijn wiegje lag Emile al luidkeels met de radio mee te zingen. Vooral met opera’s.

Als hij 6 jaar oud is krijgt hij op zijn verjaardag een blokfluit waar hij maar een korte tijd les op krijgt, omdat hij vaak vergeet dat hij naar de blokfluitles moet.

Wat later krijgt hij pianolessen van de muziekleraar die op het Grotius Lyceum in Den Haag de schoolband Supersister begeleidt.

Maar voor die pianolessen vergeet hij weer zijn etudes te leren, het wil maar niet lukken.

Maar dan komt er een gitaar op zijn pad, een oude 6-snarige Spaanse gitaar van zijn neef.

Met muzieklesboekjes als ‘Gitaar spelen in 30 minuten’ leert hij zichzelf een paar  akkoorden en dat is ruim voldoende om met wat vrienden een bandje op te richten om popmuziek te maken.

Ook koopt hij nog bij de muziekwinkel op de hoek een oud en afgeragd drumstel, verre van compleet maar het klinkt wel goed bij de ‘funky sound’ van de gitaren die elektrisch versterkt zijn met in het klankgat opgeschroefde elementen die op een oud radiotoestel en een bandrecorder met versterker zijn aangesloten.

Al spoedig komen de eerste optredens, niet in zalen maar in woonkamers bij vrienden en bekenden.

Ook dit duurt niet lang omdat het repertoire niet langer is dan ongeveer een half uur, en dat is dan eigenlijk ook nog maar één nummer, aardig uitgerekt met veel improvisatie.

Geen geduld om nog meer te leren wordt de gitaar weer aan de kant gelegd.

Vele jaren later koopt hij plotseling een contrabas, daar zitten maar vier snaren op, dus dat moet makkelijker zijn dan zes snaren, denkt hij.

Hij gaat les nemen op de Stedelijke Muziekschool in Breda waar hij dan alweer jaren woont.

Een jaar lang moet hij uit een lesboek liedjes spelen, met strijkstok, zoals ‘Hänschen klein’,  “Ik zag twee beren’ en meer van dat soort kinderliedjes.

Dus een tweede jaar lessen zit er niet meer in.

Maar dan gebeurt er iets.

Emile ontmoet op een bijeenkomst waar hij moet fotograferen, hij is beroepsfotograaf, een collega fotograaf die hij een beetje kent, Wessel Keizer.

Zij moeten lang wachten om aan het werk te kunnen en krijgen het over het maken van muziek.

Wessel vertelt dat hij zanger in een band is die nog niet zo lang bestaat, The Songfactory.

Emile vraagt of ze ook een bas in de band hebben en dat blijkt niet het geval te zijn.

“Zou ik eens langs mogen komen op een repetitie”, vraagt hij. Dat mag, maar het is niet echt de muziek voor een onversterkte contrabas.

Hij verkoopt de contrabas en koopt een elektrische basgitaar en dat gaat stukken beter!

Het heeft even geduurd, maar eindelijk heeft hij na al die jaren zoeken het juiste instrument gevonden en is het met elkaar spelen in een band als The Songfactory gewoon het leukste dat er bestaat.

Yvonne

Zong van kleins af aan met van allerlei liedjes mee en gebruikte al de potten, pannen en glazen als drumstel! Aangezien niemand in de familie iets deed met muziek duurde het tot haar 21 tot zij haar eerste trommel ging bespelen. Sindsdien is ze ook niet  meer gestopt! Bijna vanaf de eerste percussieles speelt dan in groepjes Waar ze ook mee optreedt! Op haar 24e gaat ze bij een wereldmuziekkoor, later bij een Afrikaans koor en weer later gaat ze zangles nemen! Yvonne speelt nu in Jiddisch trio Akholem, bij the Songfactory en is ze een van de twee Madammen van de wereld, een zangduo. Daarnaast is ze oprichter en voorzitter van WereldMuziekKoorBreda en geeft ze percussieles. 

Henk

Piano spelen begon klassiek, toonladders omhoog en omlaag en van Bach tot Beethoven en terug… Mijn ontwikkelende muzikale smaak was meteen ook de reden om met lessen op te houden.
Pas veel later kocht ik een elektronische piano en begon ik weer wat vaker te spelen en ook op computers met muziek te experimenteren.
Wessel hoorde daarvan, je kunt het ook over leuke dingen hebben, en vroeg mij mee te doen met een bandje in oprichting. Na drie maanden zeuren was ik het beu en ben ik een keer meegegaan.
Nou, dat viel eigenlijk best leuk uit en om een kort verhaal niet langer te maken is dat verder behoorlijk duurzaam uit de hand gelopen. Ik hoop een bijdrage te leveren om uit onbekende vertes onverwacht, muziek in samenspel mee te laten klinken.